Binnen de japanse krijgskunsten kan een onderscheid gemaakt worden tussen koryū 古流 (klassieke scholen) en gendai budō 現代武道 (moderne krijgskunsten). De meeste moderne krijgskunsten komen voort uit de oude ryūha (scholen/stormingen) die door de samurai beoefend werden.

Lineage
Het belangrijkste verschil tussen koryū en gendai budō is dat de lijn van opvolging (van meester aan meester) teruggaat tot voor 1868. In dat jaar begon de Meiji-periode: bepaalde rechten werden afgeschaft zoals kirisute gomen 切捨御免 (waarbij de samurai lagergeplaatsten mochten doden in het geval deze gezichtsverlies hadden veroorzaakt bij deze samurai) en bepaalde wetten werden ingesteld. Zoals een wet uit 1873 waarbij het samurai niet meer was toegstaan om zwaarden te dragen in het openbaar.

Er wordt binnen koryū soms nog onderscheid gemaakt tussen scholen die zijn gestart voor het begin van het Tokugawa shogunaat 1600 en de scholen die hierna zijn opgericht.

Jutsu en dō
Hoewel er vele uitzonderingen zijn, worden de disciplines van koryū vaak met jutsu 術 (techniek) aangeduid en moderne scholen met do 道 (de “weg”). Dit heeft onder andere te maken met het doel van klassieke scholen ten opzichte van moderne krijgskunsten. Oude scholen waren bedoeld om krijgers op te leiden om hun kunst te kunnen gebruiken in een echt gevecht. Moderne scholen hebben deze noodzaak minder, waardoor er ook ruimte komt voor persoonlijke ontwikkeling van de beoefenaar, door middel van de krijgstechnieken.

Wapenkunsten
Omdat samurai altijd wapens droegen, waren de wapenkunsten (en met name het zwaard in de Tokugawa periode) het meest vertegenwoordigd. Zelfs ongewapende kunsten uit die tijd, maakten gebruik van korte wapens of gingen er vanuit dat de opponent wel een wapen heeft. Er zijn veel krijgskunstbeofenaren in de moderne scholen die alleen ongewapende kunsten beoefenen.

Okuden
In tegenstelling tot moderne krijgskunsten kennen oude scholen vaak een geheim deel van het curriculum. Moderne scholen gaan in een aantal gevallen ook uit van moderne didactiek, waarin openheid en het delen van kennis haaks staat op het idee van geheime technieken.

Dan of Menkyō
Het gebruik van dan-graden is modern. Er zijn koryū die tegenwoordig ook gebruik maken van kyu- en dan-graden, soms in naast een Menkyō systeem, soms in plaats van een Menkyō systeem. Er zijn echter weinig moderne krijgskunsten die de oude Menkyō-graden hebben toegepast.

School of kunst
In moderne krijgskunsten ligt de nadruk vaak op de (gestandaardiseerde) kunst. Er is één vorm waarin de krijgskunst wordt uitgeoefend. Er is maar één soort judō en één soort kendō*. Bij klassieke scholen is er geen gestandaardiseerde vorm. Kenjutsu zegt op zichzelf niet zoveel, zonder te weten in welke school deze krijgskunst wordt beoefend.

Achtergrond
Klassieke scholen hebben vaak een oorsprong in een bepaalde provincie en periode. Kennis van de culturele, topografische en geschiedkundige achtergrond van de eigen school (en andere scholen) draagt bij aan het begrip van de beoefening. Moderne scholen zijn er makkelijker los te zien van hun oorsprong. Een judōka hoeft bijvoorbeeld niet te weten wie de oprichter is om een goede wedstrijden te spelen.