Koryu 古流, gendai budō 現代武道

Binnen de japanse krijgskunsten kan een onderscheid gemaakt worden tussen koryū 古流 (klassieke scholen) en gendai budō 現代武道 (moderne krijgskunsten). De meeste moderne krijgskunsten komen voort uit de oude ryūha (scholen/stormingen) die door de samurai beoefend werden.

Drie van de grondleggers van moderne budō (karate, aikidō, jūdō)
Drie van de grondleggers van moderne budō (karate, aikidō, jūdō)

De aanleidingen voor het oprichten van een moderne budō vorm lopen uiteen. Het kan zijn om vorm te geven aan een sportvariant van een oude krijgskunst, het standaardiseren en verenigen van een budōvorm uit verschillende scholen, om vorm te geven aan een politieke/sociale/religieuse overtuiging door de krijgskunsten etc..

Een aantal bekende gendai budō zijn:

  • Aikidō 1920 Ueshiba Morihei uit Daitō ryū
  • Jūdō 1982 Kano Jigoro uit Tenshin Shinyo ryū en Kito ryū
  • Shotokan karate begin 20e eeuw Funakoshi Gichin uit Shōrei ryū en Shōrin ryū.
  • kendō 1920 Dai Nippon butoku kaai uit een oude traditie van competitie in bogu
  • Seitei iaido 1969 Zen Nippon kendō renmei uit 3 iaisholen Muso Shinden ryū, Muso Jikiden Eishin ryū en Hoki ryū
  • Jōdō 1968 Zen Nippon kendō renmei uit Shintō Muso ryū
  • Naginata do 1950 Zen Nippon kendō renmei uit Tendo ryū en Jiki Shinkage ryū
  • Kyūdō 1949 Zen Nippon kyōdō renmei uit Heki ryū, Honda ryū en Yamato ryū en Ogasawara ryū
  • Shorinji kenpo 1947 Sō Dōshin vanuit de Chinese Shoalin Traditie

Wat het verschil maakt tussen de klassieke scholen en hun moderne varianten:

Lineage
Het belangrijkste verschil tussen koryū en gendai budō is dat de lijn van opvolging (van meester aan meester) teruggaat tot voor 1868. In dat jaar begon de Meiji-periode: bepaalde rechten werden afgeschaft zoals kirisute gomen 切捨御免 (waarbij de samurai lagergeplaatsten mochten doden in het geval deze gezichtsverlies hadden veroorzaakt bij deze samurai) en bepaalde wetten werden ingesteld. Zoals een wet uit 1873 waarbij het samurai niet meer was toegstaan om zwaarden te dragen in het openbaar.

Er wordt binnen koryū soms nog onderscheid gemaakt tussen scholen die zijn gestart voor het begin van het Tokugawa shogunaat 1600 en de scholen die hierna zijn opgericht.

Jutsu en dō
Hoewel er vele uitzonderingen zijn, worden de disciplines van koryū vaak met jutsu 術 (techniek) aangeduid en moderne scholen met do 道 (de “weg”). Dit heeft onder andere te maken met het doel van klassieke scholen ten opzichte van moderne krijgskunsten. Oude scholen waren bedoeld om krijgers op te leiden om hun kunst te kunnen gebruiken in een echt gevecht. Moderne scholen hebben deze noodzaak minder, waardoor er ook ruimte komt voor persoonlijke ontwikkeling van de beoefenaar, door middel van de krijgstechnieken.

Wapenkunsten
Omdat samurai altijd wapens droegen, waren de wapenkunsten (en met name het zwaard in de Tokugawa periode) het meest vertegenwoordigd. Zelfs ongewapende kunsten uit die tijd, maakten gebruik van korte wapens of gingen er vanuit dat de opponent wel een wapen heeft. Er zijn veel krijgskunstbeofenaren in de moderne scholen die alleen ongewapende kunsten beoefenen.

Okuden
In tegenstelling tot moderne krijgskunsten kennen oude scholen vaak een geheim deel van het curriculum. Moderne scholen gaan in een aantal gevallen ook uit van moderne didactiek, waarin openheid en het delen van kennis haaks staat op het idee van geheime technieken.

Dan of Menkyō
Het gebruik van dan-graden is modern. Er zijn koryū die tegenwoordig ook gebruik maken van kyu- en dan-graden, soms in naast een Menkyō systeem, soms in plaats van een Menkyō systeem. Er zijn echter weinig moderne krijgskunsten die de oude Menkyō-graden hebben toegepast.

School of kunst
In moderne krijgskunsten ligt de nadruk vaak op de (gestandaardiseerde) kunst. Er is één vorm waarin de krijgskunst wordt uitgeoefend. Er is maar één soort judō en één soort kendō*. Bij klassieke scholen is er geen gestandaardiseerde vorm. Kenjutsu zegt op zichzelf niet zoveel, zonder te weten in welke school deze krijgskunst wordt beoefend.

*dit is niet 100% correct (er is bijvoorbeeld kōsen jūdō 高專柔道 en kōdōkan jūdō 講道館), maar dat gaat te ver voor dit artikel.

Achtergrond
Klassieke scholen hebben vaak een oorsprong in een bepaalde provincie en periode. Kennis van de culturele, topografische en geschiedkundige achtergrond van de eigen school (en andere scholen) draagt bij aan het begrip van de beoefening. Moderne scholen zijn er makkelijker los te zien van hun oorsprong. Een judōka hoeft bijvoorbeeld niet te weten wie de oprichter is om een goede wedstrijden te spelen.

Kwaliteit
Wat belangrijk is om te onthouden is dat de beoefening van een klassieke of een moderne school, niets te maken heeft met de kwaliteit. Sommige koryu beoefenaars hebben in het begin vaak het idee dat koryū de beste manier is om een kunst te leren. In Japan heb ik voorbeelden gezien van excelente budōka van moderne scholen en groepen koryū-beoefenaars waarbij helaas het tegenovergestelde waar was. Koryū en gendai budō zijn twee methoden om krijgskunsten te beoefenen er is geen ‘betere’ of ‘slechtere’ manier.

Disclaimer:

Dit artikel is onderdeel van een serie theorie-lessen. De bedoeling van deze artikelen is een achtergrond te verschaffen voor de budo-leerlingen van Kochōkai. Vanwege het introducerende karakter van deze artikelen, is er jammergenoeg geen ruimte om diep in te gaan op elk onderwerp.